Over Hoop

Elles ten Vergert

Elles ten Vergert
15 sep 2016 - 0:00

Waar geen hoop is, is geen leven.

Hoop wordt in donkere tijden steeds kleinschaliger, maar blijft bestaan tot aan de dood. Want waar hoop verdwijnt, eindigt het leven.

Van 23 maart 1992 tot 3 december 2010 hoopte ik op alles in de wereld. Mijn jeugd was zorgeloos. Ik ben in de meest voorspoedige omstandigheden opgegroeid. Mijn ouders waren gelukkig, liefhebbend, verstandig, fantastisch. Ik heb alles aan mijn ouders te danken: Mijn normen en waarden, mijn huidskleur, de plek waar ik ben geboren, mijn intelligentie. De combinatie van deze factoren hebben mij een ongelofelijke voorsprong geboden in het leven. De wereld lag aan mijn voeten. Ik hoopte op alles, van snoepjes tot een goede baan, van speelgoed tot liefde, van vijf minuten langer TV kijken tot een avond stappen.

Op vrijdag drie december 2010 ging ik naar een concert. Mijn vader lag ziek op de bank, iets wat ik nooit eerder had meegemaakt. Buikpijn, zei hij. Ik drukte een kus op zijn voorhoofd en wenste hem beterschap. Hij grijnsde en wenste me veel plezier bij het concert. Het concert was geweldig, ik kwam laat terug. De volgende ochtend lag ik, zoals menigeen tiener, tot een uur of 12 in bed. Ik nam een douche en stommelde naar beneden voor een tosti. Luid riep ik “Morgeeen” en ging aan tafel zitten, bladerend in de krant en balend van de aanzwellende hoofdpijn. Mijn blik viel op een briefje. “Ik ben met pap naar de huisarts, hij voelde zich niet goed”. Ik grabbelde naar mijn telefoon in mijn jaszak en legde hem aan de lader, ondertussen genietend van het sissende geluid van overvloedige kaas dat uit het tosti-ijzer ontsnapte. Ik hoopte op een knapperig randje aan mijn tosti en op de aanwezigheid van paracetamol in ons medicijnkastje. Tot ik zag dat ik zeven gemiste oproepen had.

Op zaterdag vier december 2010 is mijn vader geopereerd. We kregen te horen dat ze dertig centimeter darm hadden verwijderd. Dit stuk darm zat vol met een “onbekende substantie”. Op dat moment is hoop hetgeen dat voorkomt dat je de rationele link legt naar een logische conclusie. Drie weken hebben we gewacht op de officiële uitslag. Ik hoopte dat het niet was wat ik dacht.
Op kerstavond 2010 kregen we het nieuws dat mijn vader niet beter zou worden. De kanker zat overal en kon niet gestopt worden. Niet door operaties, niet door chemo. Alles wat we konden doen was zijn aanstaande dood uitstellen en hopen dat we konden genieten van de tijd die we hadden.

Van kerstavond 2010 tot 22 juli 2014 hoopte ik niet op snoepjes, niet op een baan. Niet op speelgoed en niet op liefde. Niet op TV kijken of een avond stappen. Naarmate de tijd vorderde, werd hoop kleinschaliger. Hoop op een goede uitslag werd hoop op een goede dag. Hoop op geslonken tumormarkers veranderde in hoop op vermindering van pijn. Hoop op voorspoedig herstel na behandeling veranderde in hoop op een mooi afscheid.

Op 20 juli 2014 diende een verpleegster dormicum en morfine toe bij mijn vader. Twee dagen later overleed hij. Hoop kon dat niet voorkomen, maar heeft het proces wel dragelijk gemaakt.

De mens weet nooit hoe sterk hij is, tot hij wordt geconfronteerd met zijn angsten. Hij past zich aan. Waar nog hoop is – hoe kleinschalig ook – gaat de mens door. De wereld mag dan wel in brand staan, in alle kleine hoekjes vinden wij mensen hoop. En gaan we door.

Bekijk hier hoe Elles haar winnende essay voordraagt op het 37e VeerStichting symposium