Archief voor Sprekers
Artikel Esref Armagan
Thursday, August 5th, 2010Klik op het artikel om een duidelijk leesbare versie van het artikel te zien.
Creativiteit kun je ontwikkelen
Monday, June 14th, 2010Vaak wordt me de vraag gesteld of creativiteit een kwestie is van bekwaamheid, talent of persoonlijkheid. Het antwoord moet luiden dat het een combinatie van alle drie factoren kan zijn. Maar dat antwoord geef ik u niet.
Edward de Bono / 13 maart / Ode Magazine april 1997 issue Als wij ons niet inspannen om de bekwaamheid die creativiteit heet, te ontwikkelen, kan zij alleen maar een kwestie van talent of persoonlijkheid zijn. Mensen zijn veel te gauw geneigd, aan te nemen dat creativiteit een kwestie van talent of persoonlijkheid is - en aangezien zij zelf niet aan deze voorwaarden voldoen, komen zij tot de slotsom dat zij creativiteit beter aan anderen kunnen overlaten. Om die reden leg ik de nadruk op het doelbewust ontwikkelen van de vaardigheid tot creatief denken. Vervolgens wijs ik erop dat er ook dan altijd mensen zullen zijn die erin zullen uitblinken, precies zoals sommige mensen beter zijn in skiën of tennissen. Maar de meeste mensen kunnen er een zekere graad van bekwaamheid in bereiken. Het denkbeeld dat creativiteit een bijzondere gave zou zijn, wil er bij mij niet in. Ik geef er de voorkeur aan, het als een normaal en noodzakelijk bestanddeel van het denken van ieder van ons te beschouwen. We kunnen onmogelijk allemaal genieën zijn maar per slot van rekening koestert ook niet iedere tennisser de hoop ooit nog eens Wimbledon te winnen. Altijd krijg ik verhalen te horen over mensen die ‘van nature’ zwarte denkers zijn. Zulke mensen lijken genoegen te putten uit het torpederen van iedere suggestie of ieder idee voor verandering. Dan wordt me de vraag gesteld of het mogelijk zou zijn de persoonlijkheid van betrokkenen te verzachten. Of men legt mij de vraag voor of zij op een of andere manier tot meer verdraagzaamheid inzake creativiteit kunnen worden gestimuleerd, zelfs al zouden ze er zelf nooit toe komen. Ik geloof niet dat het mogelijk is, iemands persoonlijkheid te veranderen. Maar wel geloof ik dat, indien iemand vertrouwd wordt gemaakt met de eigen ‘logica’ van creativitieit, dit een blijvende invloed zal uitoefenen op de instelling van de betrokkene tegenover creativiteit.
Interview Merlijn Twaalfhoven
Friday, May 7th, 2010
Kunst kan de wereld een beetje veranderen

Foto Ilya van Marle
 Componist, dirigent en altviolist Merlijn Twaalfhoven (32) ijsbeert door zijn appartement vlakbij het Vondelpark. Hij biedt groene thee aan, een voorliefde die hij heeft opgepikt in Japan, waar hij ‘composer-in-residence’ is geweest. Zijn kamer staat vol met koffers, omgekeerde houten fruitkistjes doen dienst als boekenkast. De toetsen van zijn piano piepen onder rondslingerende bladmuziek uit.
 Twaalfhovens handen zwaaien alle kanten op terwijl hij praat over zijn laatste reis naar de Palestijnse gebieden, waar hij concerten organiseerde aan weerszijden van ‘de muur’ die Israël bouwde op de Westelijke Jordaanoever. Vrede tussen Israëli’s en Palestijnen, oké, dat krijgt hij misschien niet voor elkaar. Maar meer begrip en zelfs vriendschappen tussen aartsvijanden, dat moet toch lukken?
Kunst kan immers alles. En móet dat ook willen, anders is het geen kunst. Met minder neemt Twaalfhoven geen genoegen. Kunstenaars die slechts hun eigen ding doen noemt hij ‘eenzame navelstaarders’. Na een lectorschap vol hobbels aan de ArtEZ, hogeschool voor de kunsten in Arnhem heeft hij nu een how-to boekje geschreven voor musici, schilders, beeldhouwers en andere kunstenaars over hoe ze hun kunst ‘in de wereld’ kunnen zetten.
|
Wie is Merlijn Twaalfhoven? Geboren: 14 februari, 1976,Wapserveen, Drenthe.Opleiding:1989-1993 middelbare school, Steenwijk. 1995-1996 Kunstgeschiedenis, Universiteit Leiden. 1997-2003 Conservatorium Amsterdam, compositie. Carrière: 2005 Long Distance Call, muziekproject op bestandslijn van Turks- en Grieks-Cyprus. 2008 Carried by the Wind, muziekproject op de Westelijke Jordaanoever. 2004-2008 lector PopKunst, ArtEZ, hogeschool voor de kunsten in Arnhem. |
Wat betekent dat voor jou, kunst die ‘in de wereld’ staat?
‘Kunst die je raakt, verrast en op het verkeerde been zet. Het is een misverstand om te denken dat een kunstwerk een ding is, zoals een toneelstuk of een schilderij. Daarmee ben je er nog niet. Wat het publiek ervaart door wat jij maakt, dát is kunst. Als kunstenaar moet je je altijd afvragen: wat communiceer ik eigenlijk?’
Ik denk dat veel kunstenaars dat roerend met je eens zullen zijn.
‘Maar wat veel kunstenaars zich niet realiseren is dat het publiek al zoveel gehoord en gezien heeft. Daardoor kan het verhaal, hoe interessant ook, langs ze heengaan.
‘Kijk naar het Stedelijk Museum, mensen gunnen een schilderij nog geen drie seconden, dan gaan ze verder. Waarom accepteert een kunstenaar dat op deze manier niemand zijn boodschap kan verstaan? Dat vind ik doodzonde. Ik zou dan een tentoonstelling in het theater houden. Dat je zit, het licht aangaat, er een schilderij verschijnt en dat het publiek daar dan tien minuten lang naar kijkt. Dan krijgt zo’n schilderij de aandacht die het verdient.’
Maar niet iedereen hoeft een schilderij toch in het theater te zien om ervan te kunnen genieten?
‘Dat klopt. Maar ik wil bij mijn concerten het liefst bereiken dat iedereen een soortgelijke ervaring heeft die ik had toen ik 17 was. Toen ging ik uit mijn Drentse geboortedorp naar Amsterdam om een concert te zien van het Aziatisch jeugdorkest. Zij speelden daar met Viktoria Mullova het vioolconcert van Sibelius. Ik had een half jaar van te voren kaartjes gereserveerd en zou bij mijn oom in Amsterdam blijven logeren. Dat concert was zo fantastisch, iedere seconde had ik het gevoel: dit is het hoogtepunt. Dát gevoel moet kunst iedere keer teweegbrengen, vind ik.’
Wie naar een concert van Twaalfhoven gaat, zal niet rustig achterover kunnen leunen. Publiek loopt de kans om geblinddoekt te worden, vlak achter zich opeens een strijkkwartet in zijn oor te horen blazen of mee te moeten doen met zang en slagwerk. Twaalfhovens concerten – ‘projecten’ noemt hij ze zelf – zijn vaak groots van opzet, soms wel met vierhonderd muzikanten, en kunnen ontaarden in totale muzikale chaos. Een concertzaal is Twaalfhoven te doorsnee. Hij heeft liever een onderzeeër, scheepswerf of duinpan. Als het publiek maar wordt wakker geschud.
Zijn muziek gaat bijna altijd samen met een andere kunstvorm, zoals ballet, videokunst, theater of fotografie. De componist heeft inmiddels 48 (internationale) projecten op zijn naam staan. Daarnaast is hij artistiek leider van de kunststichting La Vie sur Terre en geeft hij (gast) colleges aan diverse kunstacademies.
In 2005 voerde Twaalfhoven het muziekstuk Long Distance Call uit op de grenslijn van Turks en Grieks Cyprus. Vierhonderd Grieks-Cypriotische en Turks-Cypriotische muzikanten speelden elkaar toe vanaf daken en balkons langs de ooit zwaarbevochten bestandslijn. Vorig jaar zette hij in Slowakije een festival op in een zigeunergetto waar buurtbewoners een muur omheen wilden zetten. En afgelopen voorjaar trok de jonge componist ook naar de Westelijke Jordaanoever. Daar liet hij zijn muziekstuk Carried by the wind uitvoeren door Palestijnse muzikanten aan weerszijden van ‘de muur’ die Israël daar heeft gebouwd.
Waarom wilde je graag een concert geven op de Westbank?
‘Ik had in Cyprus gemerkt dat ik echt iets had bereikt. De deelnemers en het publiek waren zo enthousiast dat ze ook na het project nog muziek met elkaar willen maken. Ik dacht: kunst kan echt iets betekenen in een conflict waar mensen elkaar alleen maar zien als vijanden of gevaarlijk. Mensen komen weer met elkaar in contact.
‘Dat wilde ik ook in de Palestijnse gebieden doen. Aanvankelijk kwam ik daar met het idee: er moet vrede komen tussen Israëli’s en Palestijnen. Als die nu samen muziek gaan maken, zijn we op de goede weg. Dat was naïef, want de Palestijnen wilden daar absoluut niet aan mee werken. De muur die Israël heeft opgetrokken op de Westbank loopt namelijk voor het overgrote deel niet tussen Israëli’s en Palestijnen, maar over Palestijns gebied. Bovendien hadden sommige Palestijnse muzikanten in het verleden, na de Oslo-akkoorden, ook al vol goede moed aan vredesconcerten meegedaan. Maar de situatie is intussen alleen maar slechter geworden. De Palestijnen beseften dat ze door mee te doen aan zo’n concert het beeld naar buiten mooier maakten dan het was. Daar wilde ik zelf ook niet aan meewerken. Zo ben ik gekomen op een concert tussen Palestijnse muzikanten aan beide zijden van de muur.’
Wat wilde je daarmee bereiken?
‘Vooral het beeld veranderen dat in het Westen van de Palestijnse gebieden bestaat. Ik weet nog hoe verbaasd ik zelf was toen ik daar voor het eerst kwam. Ik was blij, optimistisch en opgelucht dat ik in Ramallah allemaal muzikanten tegenkwam. Er is een kunstacademie, een conservatorium, gallerietjes. Juist mijn eigen idee dat dat daar niet zou bestaan, vond ik confronterend.
‘Zelf was ik er blijkbaar onbewust vanuit gegaan dat Palestijnen geen muziek zouden maken, omdat het daar doffe ellende zou zijn. Maar alle mensen maken muziek! Dacht ik dus eigenlijk dat het geen gewone mensen waren daar?
‘Het Westen is natuurlijk afgestompt door dat conflict. Ik wil een gelegenheid scheppen waardoor mensen op gevoelsniveau denken: hé, daar gebeurt iets bijzonders en ook iets positiefs.’
Denk je dat het gelukt is om dat beeld bij te stellen?
‘Minder dan ik had gehoopt. De aandacht van de media viel me tegen. ‘Journalisten komen alleen langs als er hier iets ontploft’, zeiden de muzikanten daar. Ze zoeken net zo lang tot ze de meest agressieve kerel kunnen filmen die heel hard ‘dood aan Israël’ roept en dan hebben ze iets waarmee ze het nieuws halen. Ik ben er nu tien keer geweest, maar ik heb bijvoorbeeld nog nooit iemand met zo’n zwart masker gezien.’
Je hebt ook een concert georganiseerd in Slowakije, in een zigeunergetto. Hoe kwam je daarop?
‘Ik las in de krant een reportage over iemand die handtekeningen verzamelde om een muur te bouwen rond een zigeunerkamp. Toen dacht ik: weer een muur, krijg nou wat! Er zijn problemen, daar wil ik niets aan afdoen, maar het bouwen van een muur levert absoluut niets op. En een aantal maanden later was ik daar, ik heb een festival in dat getto georganiseerd, ook met een beroemde Slowaakse band. Daardoor kwamen buurtbewoners voor het eerst van hun leven in het getto. Aan de ene kant werd daardoor wel bevestigd dat het een oude rotzooi is daar. Maar aan de andere kant bleek het vooroordeel dat ze daar in elkaar geslagen of verkracht zouden worden, niet te kloppen.’
Wat heb jij met grenzen en muren? Dat lijkt een rode draad in je concerten.
‘Ik zie dat ze niet nodig zijn. Het zijn artificiële bouwwerken waardoor de situatie juist verslechtert. Voor beide partijen overigens, dat wil ik aan de kaak stellen.
‘Kijk, ik zal niet naar Darfur, Congo of andere plekken gaan waar het heel duidelijk oorlog is. Maar in Israël en op Cyprus zouden mensen normaal kunnen samenleven. Wat is er aan de hand, wil ik dan vragen, jullie zijn normale mensen! Kunst kan heel veel doen omdat kunst de taal is van je gevoel. Conflicten komen allemaal voort uit gevoel, ook al wordt er vaak een hele redenering omheen verzonnen.’
Twaalfhoven groeide op in Wapserveen in Drenthe. Zijn moeder was dwarsfluitjuf op de muziekschool van Meppel, zijn vader had een atelier waar hij muziekinstrumenten bouwde, met name houten blokfluiten voor solisten. Twaalfhoven speelde vanaf zijn zevende viool en stapte over naar altviool. ‘Die heeft een mooiere, diepere klank, en is bijzonderder dan een viool. Je speelt ook een soort tegenstem.’ Twaalfhoven deed auditie voor het conservatorium, maar werd afgewezen.
Hoe erg vond je dat?
‘Ik was verontwaardigd. Voor mijn auditie had ik een brief gestuurd aan de directeur. Daarin vroeg ik hem mee te wegen dat ik meer met mijn viool wilde dan alleen maar heel goed spelen. Ik hoef niet in een orkest maar ik wil theater maken, met andere kunstvormen samenwerken enzovoorts. De directeur zei toen: fantastisch, jij bent de toekomst, een muzikant die in de wereld staat. Maar bij mijn toelatingsexamen bestond de commissie toch uit allemaal altviolisten van het Concertgebouworkest en het Nederlands Filharmonisch Orkest. Zij zeiden: dat is allemaal heel leuk en creatief wat jij wilt, maar we stellen iets hogere eisen. Orkesten zijn heel streng tegenwoordig, je moet feilloos kunnen spelen.’
Daar zit wel iets in, toch?
‘Nou ja, er zitten veel mensen op het conservatorium die heel mooi kunnen spelen. Maar zij zijn niet echt voorbereid op het zelf ondernemen, op wat je echt moet doen als je midden in de wereld staat als muzikant.’
Die afwijzing was ook een soort opluchting, heb je weleens gezegd.
‘Daardoor ben ik compositie gaan studeren en achteraf ben ik daar blij mee. Die studie gaat echt over het verhaal dat je wilt vertellen.’
Hoe componeer jij? Hoor je iets in je hoofd of zie je noten voor je?
‘Eerst heb ik een idee. Vaak begint het met de plek waar het concert plaats vindt, dan bedenk ik welk verhaal ik wil vertellen. Vervolgens stel ik me de situatie voor van het concert: okay, dus de mensen komen binnen, ze beleven iets… en dan ga ik met woorden beschrijven wat er moet gebeuren. Soms zie ik het voor me: er staat een trompet op en die begint opeens te spelen. Ik heb weleens een stuk gemaakt waarbij het publiek werd geblinddoekt en ik dacht: er moeten om hen heen tweehonderd pingpongballetjes van het balkon vallen. Dan denk ik meteen in klank en gebeurtenissen. Daarna ga ik achter de piano zitten, een beetje zoeken, improviseren. Het is net als dat je naar woorden zoekt terwijl je al weet wat je wilt zeggen, zo zoek je naar tonen.’
Je gaat van woorden naar muziek?
‘Ja, deze methode zie ik niet zoveel bij collega’s. Tijdens het conservatorium kreeg ik allerlei opdrachten om minimelodietjes uit te bouwen tot een coherent stuk. Dat is voor mij totaal de omgekeerde wereld. Ik ga uit van de beleving.’
Het is vast lastig om muzikanten duidelijk te maken wat je wilt.
‘Ja, mijn stukken zijn bijna nooit van a tot z in conventionele notatie gemaakt. Ik gebruik ook heel veel woorden in mijn partituren. Dan staat er: speel deze noten in willekeurige volgorde, of: maak hiermee zelf een grillig ritme.’
Kunnen muzikanten dat aan?
‘Ik heb onderhand veel muzikanten leren kennen die dat juist heel leuk vinden. Maar als een orkest mij vraagt om iets te componeren, weigeren sommige muzikanten weleens mee te werken. Ik wilde de strijkers van een symfonieorkest een keer in vier kwartetten opsplitsen. Zij moesten rondom het publiek staan spelen. Alleen de concertmeester wilde zijn kwartet aanvoeren, de andere muzikanten niet. Blijkbaar stonden ze teveel in een ‘orkeststand’, ze zeiden: dat is niet mijn taak binnen het orkest en ik wil dat niet.’
Wat vind je daarvan?
‘Stom.’
Wat zeg je dan?
‘Nou ja, dan zeg ik niet dat zo iemand een sukkel is, maar probeer ik hem te verleiden het toch te doen. Ook met het Radiosymfonie Orkest lukte het een keer niet. Ik had niet de credits die ik verwacht had te hebben. Ook wel begrijpelijk, ik was 27 en kom daar binnenlopen: dames en heren, dit gaan we doen, pafpafpaf. Ze vonden mij gewoon brutaal.’
Dat vonden ze ook op ArtEZ, hogeschool voor de kunsten in Arnhem, waar je tot september lector bent geweest.
‘Ja, ik ben daar op weerstanden gestuit. De vragen die ik opwerp passen eigenlijk niet in de opleiding. Studenten zijn enorm gefocust op hun examen. Er komt zoveel op je af als je kunst studeert, daar ben je al vier jaar non-stop mee bezig. Het is soms teveelgevraagd om dan ook nog te denken wat je rol in de wereld zou kunnen zijn. Docenten vonden vaak dat dit soort gedoe hun studenten alleen maar afleidt bij hun echte studie.’
Schrijf je daarom ook dit boekje?
‘Ja. Ik vind het een tragisch zwaktebod als kunstenaars tijdens hun uitvoering of expositie alleen maar denken: oh wat gaaf dat mijn stuk wordt uitgevoerd of tentoongesteld. Je moet ook kijken: wat beleeft mijn publiek. Verandert de wereld een beetje?’
Toch heeft hij geen vast team met wie hij samenwerkt. Hij doet alles zelf vanuit zijn appartement vlakbij het Vondelpark. ‘Een aantal jaren geleden had ik een groot kantoor’, zegt hij enigszins nostalgisch. ‘Daar werkten we met een man of zes aan publiciteit, fondsenwerving en productie. We hadden een telefooncentrale, waarmee je kon doorschakelen naar elkaar, computers en briefpapier… Het was te duur om op poten te houden.’
Hoe kom jij eigenlijk rond? Krijg je subsidies?
‘Niet altijd, dat is best lastig. Normaliter gaat het in subsidieland als volgt: een muziek- of toneelgezelschap krijgt subsidie, repeteert een stuk en voert dat vijftig keer uit. Daarna gaan ze weer met een nieuw stuk aan de slag en krijgen ze opnieuw subsidie. Zoiets druist in tegen wat kunst kan zijn vind ik. Ik maak juist eenmalige, losse voorstellingen met sterke interactie met het publiek. Ik heb bijvoorbeeld La Nuit n’est pas un chocolat gemaakt, waarbij het publiek niet in de zaal zit maar rondloopt in het concert en mee kan doen. Dat project is helemaal afhankelijk van de locatie, de bezoekers en zelfs plaatselijke amateurmusici. Het is niet iets dat je drie keer per week in een schouwburg zet. Het was heel moeilijk om later weer subsidie te krijgen voor een dergelijke nacht, ook als de inhoud helemaal nieuw was. ‘Dat heb je al gedaan’, zei het fonds dan. Alsof een toneelgezelschap niet volgend jaar weer een toneelstuk zou mogen spelen.’
Hoe los je dat op?
‘Ik doe ook commerciële opdrachten, waar ik mijn inkomen mee aanvul, zoals congressen of borrels. Je kunt ook denken: dat is een saaie schnabbel, ik ga op de achtergrond wat spelen. Maar dan praten mensen er doorheen, je bent behang, terwijl je dat echt aan jezelf te danken hebt. Als muzikant moet je nooit accepteren dat je op de achtergrond speelt, maar een inventieve manier bedenken om de mensen echt te raken, al is het maar voor tien seconden. We zijn op een congres eens midden in het publiek gaan zitten, op het saaiste moment stond iemand op en ging zingen. Het publiek was echt verrast, iedereen die zat in te dommelen schrok wakker.’
ReageerHarald Doornbos vanuit Beiroet
Thursday, June 26th, 2008Een van de sprekers die op het Symposium zal spreken, is de verslaggever Harald Doornbos. Doornbos werkt momenteel vanuit Beiroet, Libanon en schrijft vooral over de problemen aldaar, maar ook over Irak, Pakistan en andere conflictgebieden in het midden-oosten.
Volg de indrukwekkende reportages en verrichtingen van Doornbos op zijn weblog: http://www.harryzzz.blogspot.com/
Spreker in beeld: Theo Jansen
Wednesday, June 11th, 2008 Theo Jansen is een “Kinetisch Kunstenaar” en probeert via zijn “Strandbeesten” techniek en kunst met elkaar te combineren.
Zie hieronder een voorproefje op de lezing dat de heer Jansen aankomend Symposium ons zal gaan houden!
Categoriën
- Activiteiten (2)
- Algemeen (29)
- Boeken (4)
- Boekenbalie (1)
- Deelnemers (3)
- Documentaires (3)
- In de media (7)
- Sprekers (10)
- Thema (9)